|


| |
|

|

|
| De
waterkrachtcentrale van Bocholt en Lozen |
|
In 1826 werden de werken voor de bouw van
de Zuid-Willemsvaart beëindigd, deze verbinding bood grotere schepen de
mogelijkheid geven om Luik, Maastricht en de Nederlandse havens te
bevoorraden. Deze verbinding is tot op heden nog steeds in gebruik met de
originele sluizen van toen. Momenteel bestaan tussen het Koninkrijk der
Nederlanden en het Vlaams Gewest een aantal overeenkomsten in verband met
de watervoorziening, zowel m.b.t. kwaliteit als kwantiteit. Ten behoeve
van een grotere vraag naar water voor de landbouw en de natuur in de
Nederlandse regio Limburg / Noord Brabant, werd in een verdrag tussen
beide partijen besloten om een verhoogde toevoer van 10 m³/sec te
verlenen. Om deze verhoogde toevoer mogelijk te maken werd in de bouw
voorzien van twee nieuwe voedingsduikers aan de sluizen 17 te Lozen en 18
te Bocholt. Op 6/8/1998 werden de werken openbaar aanbesteed. Na de
aanbesteding heeft ECOWATT NV voorgesteld om in de nieuwe voedingsduikers
turbines te plaatsen voor de productie van elektriciteit (Bocholt: 58 kWe,
Lozen: 94 kWe). Vermits er bij elke sluis een hoogteverschil (verval) is
en er dankzij het nieuwe verdrag een constant debiet ter beschikking is,
zijn de locaties te Bocholt en Lozen ideaal voor het plaatsen van micro
waterkrachtcentrales. De centrales van Bocholt en Lozen voorzien nu in de
energiebehoefte van respectievelijk 137 en 228 gezinnen. De vermeden NOX-
en CO2-uitstoot bedraagt voor Bocholt respectievelijk 816
kg/jaar en 369 ton/jaar en voor Lozen respectievelijk 1360 kg/jaar en 616
ton/jaar.
|
|